top of page
_DSC3453-silver-crop-16-9.jpg

Judith Linders

Columns, essays, verhalen

  • Foto van schrijverJudith Linders

Het verhaal van de vroege glazenmaker

Het verhaal van de vroege glazenmaker begint op een mooie, wolkeloze ochtend in mei. Later vandaag wordt het warm maar de lucht is nu nog fris en schoon. De schemering heeft zojuist de vleermuizen naar hun slaapplaats gestuurd. Ik zag ze jagen, deze mach 2 vliegers van het dierenrijk. Ik genoot volop van hun vliegkunsten en toen ik zag hoe ze om elkaar heen buitelden dacht ik “die zijn nog even aan het spelen voor ze gaan slapen”. De merel zingt het hoogste lied en de koolmezen vliegen alweer af en aan naar het nestkastje bij de buren, waar hongerige snaveltjes op hun buit wachten. De kauwen met hun harde kuh, kuh zijn nog niet gearriveerd, maar het duurt niet lang meer voor ze zich verzamelen op de nokken van de huizen in de buurt. Ik zit in mijn tuin en geniet van mijn koffie. In de verte hoor ik een koekoek. Dit is het perfecte leven, om half 6 ontbijten in de tuin. Mijn oog valt op de waslijn, “straks wassen, dan kan het buiten drogen.” Een libelle vliegt voorbij. Ik heb hem hier vaker gezien. Het is een vroege glazenmaker.



Nadat hij me voor het eerst was opgevallen heb ik hem opgezocht op internet. Daar las ik dat de vroege glazenmaker een libelle is die zeldzaam was in Nederland, maar hier inmiddels steeds vaker voorkomt. Zijn habitat is voornamelijk laagveenmoeras, wat hier in de buurt niet voorkomt. Ik weet niet waar hij leeft, in mijn buurt is niet veel stilstaand water te vinden. Misschien komt hij van de Broekse Wielen, hier een paar kilometer vandaan. Het is een vroege libelle, al vanaf eind april kun je hem zien. Wat me fascineert zijn zijn ogen, die bestaan uit tienduizenden facetten. Hij kan daarmee 360 graden zien en heel goed snelheid inschatten. Dat helpt hem met het vangen van buit tijdens het vliegen. Daarnaast hebben libellen veel meer lichtgevoelige eiwitten (opsines) dan mensen, die alleen rood, geel en blauw kunnen onderscheiden. Zij kunnen daarmee voor ons onvoorstelbaar veel kleuren zien, waaronder UV licht. Zijn vleugels lijken op glas in lood.



Ik hoor mijn buurman wegrijden. Nog zo'n vroege vogel. Er kraait een haan. Dan komt de vroege glazenmaker weer aanvliegen. Mijn blik volgt hem en ik verwonder me erover hoe snel hij is. Aan de snelheid van veel insecten kunnen mensen nog een puntje zuigen. Boem!! Oh nee!!  


De glazenmaker is in volle vaart tegen mijn waslijn gevlogen en ligt stil op de grond. Hoe kan dat, met zijn goede zicht? Ik weet niet wat ik moet doen. Leeft hij nog? Komt dit goed? Ik zie hem een beetje bewegen. Gelukkig, hij leeft in ieder geval nog. Misschien moet hij even bijkomen en vliegt hij zo meteen weer weg. Ik bekijk hem eens goed. Wat een prachtig dier. Ik ren naar mijn werkkamer en grijp mijn camera. Deze kans om van dichtbij foto's te maken van een libelle kan ik niet laten schieten. De glazenmaker draait rondjes, als een ballerina die pirouettes maakt. Dat doet hij minutenlang. Dan zie ik dat hij zijn kop draait en draait, tot zijn bek bovenaan zit. Af en toe valt hij op zijn rug en krabbelt dan weer moeizaam overeind. Er is iets danig mis.



De merel komt vlakbij polshoogte nemen. Ziet hij een lekker hapje liggen? Wat moet ik doen? Ik wil graag dat de libelle blijft leven, maar ik kan niet de hele dag op hem letten. Na een tijdje besluit ik te gaan douchen en de natuur zijn gang te laten gaan.


Als ik weer naar buiten loop zie ik dat de vroege glazenmaker nog ligt waar ik hem heb achtergelaten. Raar, de merel laat een flinke maaltijd liggen. Zou hij geen smakelijk voedsel zijn? Misschien zelfs giftig voor vogels? Wie weet. De glazenmaker beweegt wat meer, slaat zijn vleugels uit. Uit mijn ooghoek zie ik de kat van de buren dichterbij komen. Als die de glazenmaker in de smiezen krijgt is het gedaan. Van de week had hij al een koolwitje te pakken. Rotkat. Hij is pikzwart met lichtgroene ogen en zou zo in een horrorfilm passen. Ik noem hem satansgebroed, maar eigenlijk heet hij Jip. Hoe kan ik de libelle tegen die rover beschermen? Ik schuif hem voorzichtig op een tijdschrift en leg hem boven op de groenbak, waar hij gelijk weer vanaf waait. Hij kruipt onder de groenbak. Mooi, daar zit hij veilig. Maar al snel kruipt hij er weer onderuit. Mieren. Daar wil je niet tussen schuilen als je zwaargewond bent. Een stukje verderop op het terras ligt een deksel met gaas die de vorige bewoners geknutseld hebben voor op de groenbak. Tegen de maden, vertelde mijn zus me.



Daaronder vindt de libelle eindelijk een rustig en beschut plekje. Hij maakt veel herrie met zijn vleugels, beweegt steeds levendiger. De kat zit in jachthouding. Gelukkig kan die er niet bij. Ik denk “de glazenmaker gaat het vast redden" en besluit mijn foto’s uit te gaan zoeken. Als ik een uur later terugkom ben ik heel benieuwd of de glazenmaker is weggevlogen. Ik til de deksel op. Shit. Mieren.

 

Ze zijn klein, een paar millimeter maar. En ze krioelen met zijn allen over de dode libelle.



Of die dood is gegaan en de mieren op zijn lijk zijn afgekomen of dat de mieren hem hebben gedood weet ik niet. Het zijn zwarte zaadmieren, ik zie ze heel vaak, ze zijn dol op mijn groenbak. Ik probeer me ter herinneren wat ik over ze weet. In Nederland is dit een van de meest voorkomende mierensoorten. Het zijn nuttige dieren, want ze eten allerlei schadelijk insecten. En het zijn bekende “opruimers” in de natuur. Hun kaken zijn indrukwekkend.



Toch maar weer foto’s maken, ik kan dit fascinerende stukje natuur niet negeren. Ik probeer de deels opgegeten glazenmaker een beetje op te schuiven, zodat ik er met mijn camera beter bij kan. Direct zwermt een deel van de mieren mijn richting op. Ze zoeken naar de dreiging. Ik twijfel er niet aan dat ze hun buit zonder aarzeling zullen verdedigen en schuif snel een stukje naar achteren.


In de anderhalve dag daarna maken de mieren korte metten met de glazenmaker. Stukje bij beetje verdwijnt hij, om te beginnen zijn mooie ogen.



Uiteindelijk blijven alleen zijn mooie vleugels over.  



 

 

留言


bottom of page