Zoeken
  • Judith Linders

Hoe het allemaal begon.....


Lange wandelingen met mijn vader.

Dat is hoe fotografie voor mij begon. Niet dat ik tijdens die wandelingen een camera bij me had. Dat had ik niet. Maar ik had wel het allerbelangrijkste voor een fotograaf bij me: mijn ogen. Zien, kijken, je ogen gebruiken. Een fotograaf doet niet anders en een goede fotograaf kan niet anders.


We wandelden door het Brabantse land.

Soms over de Maasdijk, soms door bossen of tussen akkers. En wat zag ik veel moois. In het begin nog niet, want ik was het niet gewend om te kijken. Maar gaandeweg vielen me steeds meer mooie dingen op. Hoe neongroen het gras is in de lente. Het contrast van zon die op bomen valt met daar achter een donkere regenlucht. De dramatische Nederlandse wolkenluchten, die in de 17e eeuw al schilders zoals Jacob van Ruisdael inspireerden. Ik genoot daar steeds meer van.


En ik zag ook hoe vluchtig die schoonheid is.

Niets is zo veranderlijk als het licht en zo ongrijpbaar als wolken. De lente duurt altijd weer te kort. Daardoor groeide bij mij het verlangen om die momenten vast te leggen. Ze te kunnen bewaren. Een jaar of 18 geleden kocht ik mijn eerste camera. Een analoge Canon, waarmee ik de natuur rondom Nijmegen fotografeerde. Ik genoot volop en heb toen wel eens gedacht “zal ik een fotografie-opleiding gaan doen?” Maar ik had het druk met mijn loopbaan. Zo druk zelfs dat fotografie steeds meer op de achtergrond verdween en ik op een gegeven moment mijn camera heb verkocht. Het was klaar. Dacht ik.


Tot 2016.

Dat was een moeilijk jaar voor mij. Ik liep vast in mijn werk en zat niet lekker in mijn vel. Piekerde veel en maakte me zorgen over de toekomst. En toen, zomaar opeens was daar de gedachte “Ik wil weer gaan fotograferen!” Weer de natuur in, schoonheid zien, vrijheid voelen. In een opwelling kocht ik een camera. My first Sony. Daar zat ik dan. En wat voelde ik me geïntimideerd door alle knopjes en mogelijkheden. De eerste paar maanden lag de camera in de kast. Maar uiteindelijk ben ik toch gaan fotograferen. Eerst op de automatische stand. Lekker makkelijk, dan hoefde ik me nog niet bezig te houden met alle technische mogelijkheden. Gaandeweg ging ik steeds meer van die mogelijkheden gebruiken en langzaam voelde de camera steeds vertrouwder.

De eerste foto die ik mooi vond

Het grote genieten was begonnen.

Want ik voelde me zo gelukkig, als ik met mijn laarzen in de modder stond ergens in een natuurgebied. Camera op het statief. Kijken, compositie maken, nog een keer kijken, compositie aanpassen. En dan een foto maken. Ik ervoer wat psychologen flow noemen: het volledig opgaan in wat je doet. En ik kwam tot rust. Voelde steeds meer verbinding met mijn omgeving en zag ook steeds meer schoonheid. Zelfs op druilerige, grijze dagen trok ik erop uit. Om vaak thuis te komen met foto’s die niet geweldig waren. Maar soms, soms zaten er foto’s bij die ik mooi vond! Wat een geweldig gevoel was dat. Ik wilde daar meer van. Van het buiten zijn, van die verbinding, van die momenten dat ik trots was op een foto.


Ik had mijn grote liefde gevonden.