Zoeken
  • Judith Linders

Leren zien

Leren zien?

We kijken en zien toch bijna allemaal, de hele dag door?


Toen ik begon met fotograferen deed ik dat omdat ik tijdens wandelingen zoveel moois zag. Ik vond dat ik daar oog voor had, schoonheid viel me op. Maar toen ik ging fotograferen merkte ik dat het me niet lukte die schoonheid in foto’s te vangen.

Want we kijken inderdaad bijna allemaal de hele dag door, maar echt zien? Dat doen we eigenlijk maar zelden, omdat we het daar vaak te druk voor hebben. Hoe vaak vangen we geen glimp op van iets moois, denken “wat mooi” en lopen weer verder, onze gedachten alweer bij alles wat we nog moeten doen?


Landschapsfotografie dwingt je om stil te staan. De mooiste foto’s maak je als je een statief gebruikt, omdat je dan rustig je compositie kunt bepalen. Voor een goede compositie moet je vragen beantwoorden. Wat wil ik wel in beeld hebben en wat niet? Hoe breng ik rust aan in mijn foto’s als een landschap van zichzelf ongeordend en druk is? Hoe zorg ik voor gelaagdheid? Waar komt het licht vandaan en welke invloed heeft dat op het beeld? Het antwoord op deze vragen is het verschil tussen een goede en een slechte foto.

Daarnaast kun je met je camera op statief beter scherpstellen, ook niet onbelangrijk.


Dus zette ik mijn camera op het statief, ging ernaast staan en begon te kijken. Als ik dacht dat ik het juiste beeld bepaald had maakte ik in de camera de compositie. Vaak was ik er toch niet helemaal tevreden over. Ging dan weer naast de camera staan en keek nog langer. Paste de compositie aan en pas als ik tevreden was maakte ik de foto. Dat vond ik een hele fijne manier van werken, ontspannend. Eenmaal thuis was ik vaak teleurgesteld. De foto’s waren dan veel minder mooi dan ik had verwacht. Te rommelig, te weinig diepte, te weinig sfeer. Ik baalde op zulke momenten flink. Hoe doen andere fotografen dat? Want ik zie zoveel mooie foto’s van collega’s. Waarom lukt mij dat niet?


En toen begon ik echt goed te zien....

Ik kwam erachter dat landschappen zich niet zomaar laten vangen. Je moet ze leren kennen, je moet ze leren zien met het oog van de fotograaf. En dat kost tijd. Je moet als het ware dieper ingaan op wat je ziet. Stilstaan en kijken. Hoe vaak sta jij stil, minutenlang, om alleen maar te kijken? Hoe vaak zie je de vormen van takken, subtiele kleurverschillen, de verdeling van water en land in een vennenlandschap. De rol die pollen spelen in zo’n landschap? De kwaliteit van licht, waar zoveel verschil in kan zitten? Stel je een sombere, bewolkte dag in november voor. Welke kleuren zie je in het landschap? Bruin, grijs, donkergroen? Veel meer is het niet. Hoe ga je daar een foto van maken? Het is zo saai als wat.


Wat ik leerde, toen ik minutenlang stil ging staan en de tijd nam om te echt kijken naar de details is dat in elk landschap een foto zit. Want ook in het grijze bruin van een bewolkte novemberdag zit schoonheid, heel subtiel, maar het is er wel.


Zonlicht op berijpte autodaken

Door de tijd te nemen om te kijken leerde ik gaandeweg zien. Daardoor ging ik steeds beter fotograferen. Maar dat niet alleen. Wanneer ik nu, een paar jaar later, ergens loop vallen me veel meer mooie, interessante dingen op. Vormen en kleuren op een oude schutting, ochtendlicht dat op berijpte autodaken valt. Er is zoveel schoonheid die me een paar jaar geleden niet zou zijn opgevallen. En inmiddels ben ik als fotograaf in staat om die schoonheid wel te vangen. Leren zien heeft me niet alleen een betere fotograaf gemaakt, het heeft mijn leven ook verrijkt.