Zoeken
  • Judith Linders

Het bos

Er is geen plek waar ik liever kom dan in het bos.


Bossen hebben een speciaal plekje in mijn hart.

Vlak voordat ik werd geboren verhuisden mijn ouders naar een klein plaatsje in Duitsland dat is gelegen in het Weserbergland. Ik groeide op in een gebied met heuvels en bossen. Ik herinner me nog goed hoe het voelde om in de herfst door lagen afgevallen bladeren te struinen. Hoe steil het pad was naar het restaurantje waar we na een lange wandeling warme chocolademelk dronken. Mijn liefde voor bossen en heuvels is toen ontstaan.


Toen ik begon met fotograferen ging ik al snel op verkenning in het bos. Mijn woonplaats Nijmegen is omringd door heel gevarieerde natuur en bij de St. Jansberg vond ik een gebied dat veel lijkt op mijn geboortestreek: bos en heuvels.

Maar wat is het moeilijk om in een bos mooie foto’s te maken! Dat viel met ontzettend tegen. Als je door het bos loopt zie je hoe mooi het is en valt je eigenlijk niet op dat bossen rommelig en chaotisch zijn. Als je gaat fotograferen is dat opeens heel anders. Wat was ik vaak teleurgesteld, als ik de schoonheid die ik zag niet had weten te vertalen naar het eendimensionale beeld. Het heeft een hele tijd en veel bezoeken aan de Jansberg geduurd voor ik daar een goede foto hebt genomen. Inmiddels heb ik zelfs enkele geslaagde foto’s gemaakt van rommelige plekken. Dat lukte pas na een paar jaar bosfotografie.


Mooie chaos in het bos

Ondanks alle frustratie van foto’s die niet goed waren gelukt bleef ik teruggaan naar de Jansberg. Want ik kwam daar niet alleen voor foto’s. Zoals gezegd, het bos heeft een speciale plek in mijn hart.

De Jansberg is een gevarieerd bos, met naaldbomen en een grote verscheidenheid aan loofbomen. Het is er relatief rustig, soms dwaal ik uren rond zonder een mens tegen te komen. Dan ontmoet ik misschien een vos, die mij ziet als hij het pad over wil steken waarop ik sta te fotograferen. “Hmmm, een mens, wat nu?” Die vos, die met een flinke swagger het pad oversteekt. “Ik ben niet bang voor jou!” om dan pijlsnel tussen de bomen te verdwijnen. Wat een luxe in ons dikbevolkte land.

In de hectiek van alledag, met de herrie en drukte, heb ik de neiging om me af te sluiten voor de buitenwereld. Maar in het bos gaan mijn zintuigen steeds verder open. Ik hoor meer, ik zie meer en ik ruik meer.

Wanneer heb jij voor het laatst het verschil geroken tussen naaldbos en loofbos? Weet je hoe koel de stam van een beukenboom voelt? Kun je uit je ooghoeken de geringste beweging waarnemen en zien dat daar een muisje scharrelt? Heb je wel eens gehoord hoeveel herrie wilde zwijnen maken als ze door het bos rennen?

Door uren rond te zwerven heb ik dat geleerd. Mijn verbinding met het bos is in die jaren steeds sterker geworden. Nergens voel ik me zo geborgen en zo thuis.


In heb bos voel ik me geborgen en thuis

Het bos is ook de plek waar ik iets terugvind wat ik lang geleden verloren ben: mijn fantasie. Als kind had ik een grote fantasie en was de wereld mysterieus en magisch. Er was zoveel mogelijk. Ik hield van boekjes zoals Wipneus en Pim, die allerlei avonturen beleefden, met reuzen en een betoverd bos. Toen ik volwassen werd is dat verdwenen. Er bestaan immers geen tovenaars. En feeën zijn er ook al niet. Maar soms straalt het zonlicht op een bepaalde manier door de bomen en verlicht geheime plekjes die normaal duister blijven. Dan hoor ik heel zachtjes het gelach van bosnimfen. De betovering van het bos heb ik weer teruggevonden. Daar word ik heel gelukkig van.


Soms hoor ik de bosnimfen lachen